De opgraving van de gecrashte Lancaster NN775
Tijdens de opgraving op 11, 12 en 13 november 2016 zakten er ruim 2000 mensen af naar onze gemeente om de zoektocht naar de gecrashte Engelse Lancaster NN775 te komen volgen. De Engelse bommenwerper Lancaster NN775 van het 514de RAF Bomber Command Squadron crashte op 5 maart 1945 om 15u in een weide in de Pamelenstraat in deelgemeente Bunsbeek. Onmiddellijk na de crash konden maar enkele lichamen geborgen worden. Maar door de recente berging van het vliegtuig konden we nu eindelijk alle bemanningsleden bergen, waardoor ze alle zeven na 71 jaar met heel veel respect zullen verenigd worden op hun laatste rustplaats op het militair kerkhof van Heverlee. Op 11 november 2016 hield het gemeentebestuur bij de start van de opgraving een ceremonie en herdenkingsviering in aanwezigheid van familieleden van de slachtoffers en officials van de ambassades van het Verenigd Koninkrijk en Australië.
Dat we naast de bemanningsleden ook het volledige vliegtuig konden opgraven maakt dit diepmenselijk project meer dan geslaagd. Het gemeentebestuur startte op initiatief van burgemeester Peter Reekmans deze zoektocht naar de gecrashte Lancaster NN775 nadat André Bruyninckx en Ben Cleynen (beiden afkomstig uit Bunsbeek) hierover grondig opzoekwerk verricht hadden. Het gemeentebestuur werkte voor de opgraving van het vliegtuigwrak samen met een 30-tal vrijwilligers van het Planehunters Recovery Team Belgium en het Belgian Aviation History Association Archaeology Team (Bahaat), explosievendeskundigen van Bom-Be, antropologen en archeologen onder leiding van archeoloog Simon Verdegem, bekend van het boek en het VRT-programma onder Vlaamse velden. Dankzij al deze vrijwilligers viel de kostprijs (ruim 8.000 euro) van dit bergingsproject voor de gemeente enorm mee.
In de ochtend van 5 maart 1945 vertrokken om 10u35 op de Britse luchtmachtbasis in Waterbeach 170 bommenwerpers, waaronder de Lancaster NN775. Voor de bemanning was het hun zevende missie. De Lancasters van het 514de Squadron stegen op met een interval van één minuut. Met 5000 kilo bommen en nog eens zoveel brandstof aan boord klommen de vliegtuigen moeizaam naar hun kruishoogte. De
toestellen vormden pas boven de Noordzee hun formatie en zetten koers naar Duitsland. Het bombardement van die dag vernietigde de volledige site 1/6 van de steelkoolmijn en de benzeenfabriek in Gelsenkirchen (foto hieronder).
Reeds in 1936 was binnen de Britse luchtmacht RAF het ‘Bomber Command’ opgericht om weerwerk te kunnen bieden tegen de gevreesde Duitse overmacht in de lucht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zou het Bomber Command een beslissende rol spelen met zijn strategische bombardementen op industriële sites in Duitsland. Die hadden tot doel de Duitse oorlogsindustrie te ontwrichten. De omvang van het hele opzet is vandaag nauwelijks te vatten: geschat wordt dat één miljoen mensen gedurende de vijf oorlogsjaren actief waren in het Bomber Command, dat 55.000 jonge militairen verloor. Op het einde van de oorlog in 1945 stond het geluk al een maand lang aan de zijde van het 514de Squadron, want geen enkele bommenwerper ging verloren. De Duitse vijand zat op de knieën en de oorlog zou niet zo heel lang meer duren. Maar op 5 maart 1945 beet de Duitse luchtafweer fors van zich af en de bemanningen rapporteerden dat ze zagen hoe één bommenwerper neergehaald werd boven het doelgebied. De Lancaster NN775 raakte die dag vermist en stortte neer in Bunsbeek en verdween in de drassige ondergrond van een weide in de Pamelenstraat. De zeven inzittenden kwamen bij de crash in Bunsbeek onmiddellijk om het leven.
Reeds in 1936 was binnen de Britse luchtmacht RAF het ‘Bomber Command’ opgericht om weerwerk te kunnen bieden tegen de gevreesde Duitse overmacht in de lucht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zou het Bomber Command een beslissende rol spelen met zijn strategische bombardementen op industriële sites in Duitsland. Die hadden tot doel de Duitse oorlogsindustrie te ontwrichten. De omvang van het hele opzet is vandaag nauwelijks te vatten: geschat wordt dat één miljoen mensen gedurende de vijf oorlogsjaren actief waren in het Bomber Command, dat 55.000 jonge militairen verloor. Op het einde van de oorlog in 1945 stond het geluk al een maand lang aan de zijde van het 514de Squadron, want geen enkele bommenwerper ging verloren. De Duitse vijand zat op de knieën en de oorlog zou niet zo heel lang meer duren. Maar op 5 maart 1945 beet de Duitse luchtafweer fors van zich af en de bemanningen rapporteerden dat ze zagen hoe één bommenwerper neergehaald werd boven het doelgebied. De Lancaster NN775 raakte die dag vermist en stortte neer in Bunsbeek en verdween in de drassige ondergrond van een weide in de Pamelenstraat. De zeven inzittenden kwamen bij de crash in Bunsbeek onmiddellijk om het leven.
De Britse bommenwerpers werden bemand door zeven vliegeniers: piloot, navigator, bommenrichter, radiotelegrafist, boordwerktuigkundige en twee boordschutters. De crew van de Lancaster NN775 werd geleid door de 23-jarige Noord-Ierse piloot Flying Officer Holman Kerr. De navigator was de 21-jarige joodse Flight Sergeant Sidney Smith, Frank Clarke was de bommenrichter, de 20-jarige Sergeant Christopher Hogg uit Birminghamn bemande de geschutskoepel op de rug van het vliegtuig en de 20-jarige Sergeant William Marsden uit Lancashire was de boordtechnieker. Zij waren allen afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk. De twee andere bemanningsleden kwamen van veel verder. De 18-jarige radiotelegrafist-boordschutter Flight Sergeant Allan Olsen kwam uit Toowoomba in Australië en de 23-jarige Sergeant Herbert Thomas uit Jamaica bemande de geschutskoepel in de staart van het vliegtuig.




